Voor onderwijs, k.d.v. en s.b.o - Aandacht voor pesten

Ga naar de inhoud

Voor onderwijs, k.d.v. en s.b.o

AANDACHT   VOOR   PESTEN

NU HULP NODIG?
VOOR ONDERWIJS
Op alle scholen wordt gepest, dat is helaas een gegeven.

Uit onderzoek blijkt dat in een klas van een basisschool van de 30 kinderen er 3 kinderen worden gepest. Pesten is een heel groot probleem met een enorme impact op het leven van een kind. De gevolgen van pesten zijn groot. De rest van zijn of haar leven kan het kind er last van houden. Het waarborgen van een veilige omgeving, zodat iedereen zichzelf kan en mag zijn, is belangrijk. Hierdoor wordt het pesten geminimaliseerd. De verantwoordelijkheden van scholen en leerkrachten rondom dit thema is groot.

Onderzoek wijst tevens uit dat pesten slecht wordt herkend. Ook als het zich afspeelt in de aanwezigheid of in het zicht van de leerkracht. Dit heeft te maken met de eigen ervaringen van de leerkracht met pesten. Als pesten niet wordt herkend kan het ook niet worden aangepakt en opgelost. Nieuwsgierig wat dit voor jou betekent? Klik hier voor meer info over het werkboek ‘Ontdek je persoonlijke pestbril’

Als er gepest wordt in een klas, is het niet alleen voor het slachtoffer-zélf een verschrikking. De hele klas heeft hier last van. De sfeer is verpest, de kinderen voelen zich niet meer veilig! Voor de leerkracht is het lesgeven vaak een stressvol gebeuren. Er kan daardoor minder efficiënt gewerkt worden. Het zal voor de school veel winst opleveren als de sfeer verbetert.
Welke signalen wijzen er mogelijk dat er wordt gepest?
Een leerling die gepest wordt, kan onderstaande signalen geven:
• Vaker afwezig; gaat niet graag naar school
• Zoekt de veiligheid van de leerkracht op
• Wordt door klasgenoten vaak met een bijnaam aangesproken
• Schoolresultaten gaan plotseling achteruit
• Wordt dikwijls als laatste gekozen bij het indelen van groepjes (sportles, groepswerk)
• Isoleert zich van de anderen, soms met één vriend(in)
• Is vaak alleen en buitengesloten tijdens pauzes en tijdens het overblijven
• Blijft dicht bij de onderwijzer staan bij pauzes en bij het overblijven
• Opvallend vaak zijn er spullen kapot of verdwenen
• Is vaak betrokken bij vechtpartijtjes, scheldpartijen etc.
• Is het mikpunt van "grapjes". Pen weggooien, etui overgooien, stoel wegzetten etc.
• Gedraagt zich gestrest, ongelukkig en depressief
• Kan psychosomatische klachten hebben (hoofdpijn, buikpijn)
• Gedraagt zich schichtig, durft iemand niet aan te kijken etc.
• Schoolprestaties gaan langzaam achteruit

De pester:
• Is vaak betrokken bij samenscholingen of opstootjes in de klas of op de speelplaats

In zijn algemeenheid:
• De sfeer in de klas is niet goed
• De leerkracht voelt instinctief aan dat er "iets" niet klopt in de klas, maar kan niet traceren waar dit gevoel vandaan kom

Hoe creëer je als leerkracht een veilige sfeer?
Een veilige omgeving is een omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn. Het is een omgeving waarin je wordt gerespecteerd en waarin je je kunt ontspannen. Zo’n omgeving kun je als leerkracht stimuleren door de kinderen zichzelf met de groep te laten verbinden. Als er onderlinge verbondenheid heerst, krijgt pesten geen kans. Er is dan loyaliteit naar en respect voor elkaar. Ook op het cognitieve gebied zal dit zijn vruchten afwerpen. Het is belangrijk dat leerkrachten zich op hun beurt ook veilig voelen. Dat ze zich gesteund voelen.

Het geheim van het woord "SAMEN"
Je kan samen met de leerlingen duidelijke afspraken opstellen. Wat mag wel en wat mag niet? Iedereen weet zo waar men aan toe is. Laat de leerlingen hun naam onder de afspraken zetten. Door met elkaar de afspraken op te stellen, worden de leerlingen zich bewust van wat niet mag en wat wel mag. Welk gedrag wel en welk gedrag niet gewenst is. Waar liggen precies de grenzen? Door het te bekrachtigen met hun handtekening, stimuleer je de verantwoordelijkheid om de afspraken na te leven. Spreek ook af wat er gebeurt als de afspraken niet worden nageleefd. Maak geen uitzonderingen bij de naleving van de afspraken. Reageer daarin dus voorspelbaar. Kinderen weten zo exact waar ze aan toe zijn.

Onderwerpen voor afspraken in de klas kunnen zijn:
• Iedereen hoort erbij
• Elkaar uit laten praten en dus luisteren naar elkaar
• Wachten op elkaar
• Elkaar helpen
• Niet schreeuwen tegen elkaar
• Elkaar geen pijn doen
• Met zorg met je eigen spullen en met de spullen van de ander omgaan
• Niemand wordt uitgelachen
• Hoe lossen we meningsverschillen samen op?
• Respect hebben voor elkaars mening  

Als leerkracht kun je de onderlinge verbondenheid stimuleren door:
• Oogcontact te houden met de leerlingen
• Leerlingen uit te laten praten
• Kinderen niet alleen te laten zitten
• Noem kinderen veelvuldig bij hun naam (bijvoorbeeld bij het uitdelen van schriften).
• Geef de groep als geheel positieve feedback. Benoem daarin het waarneembare gedrag. Dan weten de leerlingen exact wat ze goed deden
• Een aai over de bol geven
• ’s Morgens bij het binnenkomen in de klas en 's middags bij het verlaten van de klas de leerlingen een hand geven
• Vaak vertellen wat er allemaal goed gaat
• Bij afstandscorrectie niet steeds de naam van de leerling noemen. De naam krijgt dan een negatief “anker”, wat pestgedrag in de hand werkt
• Besteed ruim aandacht aan omstandigheden die impact hebben op iemand. Kom daar ook na een tijdje weer op terug

Het geheim zit in het woord 'SAMEN'. Samen vaardigheden opdoen, samen eten en samen plezier beleven, stimuleert de onderlinge verbondenheid. Hierdoor zal pestgedrag in de kiem worden gesmoord. Leerlingen zullen in een veilige, respectvolle omgeving eerder voor elkaar opkomen en elkaar op hun gedrag aan durven spreken. Wil je kinderen op een laagdrempelige en speelse manier bewuster maken van ongewenst gedrag, klik hier voor meer info over de Pesten-Bingo Signaleren.

Welke redenen geven kinderen?
In 2010 is er onderzoek gedaan naar de redenen voor pesten op het voortgezet onderwijs in Nederland.
Het blijkt dat het vaak een combinatie is van factoren, zowel bij de pesters zelf als bij de gepeste kinderen.

Welke redenen geven de leerlingen aan als oorzaak van pesten
  • 47% geeft kleding als reden op om te pesten
  • 41% zegt dat te groot, te dik een reden is om te pesten
  • 34% zegt dat een bril een reden is om te pesten
  • 21% geeft seksualiteit op als reden
  • 10% zegt dat geloof een reden is tot pesten
  • 9% geeft aan dat huidskleur een reden is om te pesten
Bron: @NU.nl/Vrouwonline/NdB
Leerkrachten zullen, als ze voldoende kennis in huis hebben over pesten en zich bewust zijn van de persoonlijke ‘Pestbril’, nog zekerder omgaan met situaties die zich voordoen rondom pesten.
Het is van groot belang dat er voor hen tijd wordt vrijgemaakt om zich te kunnen verdiepen in dit thema.
De leerlingen zullen op hun beurt profiteren van de aldus ontstane, veilige omgeving, waarin zij zich ondersteund kunnen voelen.
Het is daarom voor alle partijen een win-win situatie.
Terug naar de inhoud